Nederlands glas in Venetië

by paulavanstrien

Glas verenigt het gestileerde en het rauwe: het vervormen vereist spierkracht, maar afgekoeld is het gracieus. Misschien is dat waarom het perfect past in een gracieus Venetiaans palazzo, maar ook geweldig staat in een rauwe voormalige fabriek. Beide locaties maken deel uit van Glasstress, een collateraal evenement van de Biënnale van Venetië. Net als tijdens de vorige editie van Glasstress zijn ook dit jaar verschillende werken van Nederlandse ontwerpers te zien, zoals een lamp van Pieke Bergmans met de voor haar kenmerkende uitgelopen druppelvorm.

2013-08-24 10.19.522013-08-24 10.24.33
Links: kroonluchter van Joost van Bleiswijk & Kiki van Eijk in de voormalige fabriek;
Rechts: lamp van Pieke Bergmans in de voormalige fabriek

Het topstuk van de tentoonstelling is wat mij betreft een kroonluchter van Joost van Bleiswijk & Kiki van Eijk. Kiki en Joost geven een twist aan dit klassieke Venetiaanse object door de kroonluchter op te bouwen uit vormen van andere gebruiksvoorwerpen, zoals theepotten en koffiekannen. Door deze verrassende wending heeft het werk humor- iets dat kenmerkend is voor Dutch Design. Zo leggen ze een relatie tussen het verleden (een traditionele kroonluchter) en het heden (een nieuwe uitstraling), maar ook tussen Venetië (glasstad) en Nederland (Dutch Design). Opvallend is dat de kroonluchter juist niet getoond wordt in het palazzo dat deel uit maakt van Glasstress, maar in een tot museum omgevormde voormalige glasfabriek op Murano- het eiland dat bekend staat om zijn eeuwenoude glastraditie. In het palazzo zou het misschien zijn weggevallen tussen de klassieke kroonluchters, terwijl het in de voormalige fabriek meteen in het oog springt en een overweldigende indruk maakt.

atelier Van Lieshout 20112013-08-24 10.28.09
Excrementorium van Atelier van Lieshout in het palazzo in 2011 (links) en in de voormalige fabriek in 2013 (rechts)

In het museum op Murano is ook een object met de titel Excrementorium van Atelier van Lieshout te zien. Dat werk werd in 2011 nog in het palazzo van Glasstress getoond. Een vergelijking tussen de twee presentaties maakt duidelijk dat de voormalige fabriek het object een iets rauwere uitstraling geeft.

De context waarin glas gepresenteerd wordt, draagt dus bij aan de uitstraling ervan. Wat mij betreft zouden conservatoren zich daar meer bewust van kunnen zijn. Ze zouden vaker naar alternatieve manieren kunnen zoeken om glas te tonen, zodat het niet wegvalt achter het glas van de veelgebruikte standaardvitrines. In een ideale presentatie wordt je blik meteen naar de objecten gezogen, waardoor je de magie van glas zelf kunt ervaren, zoals het geval is bij Glasstress.

Glasstress is nog tot en met 24 november 2013 in Venetië te zien.

[manual_related_posts]