Stijlkamers en Stijl-kamers
by paulavanstrien
Stijlkamers zijn een passende manier om toegepaste kunst te presenteren. Een mooi voorbeeld daarvan is de Nassaukamer van Keramiekmuseum Princessehof.

Door het samenbrengen van meubels, glas, zilver en keramiek in barokstijl kan de bezoeker in één oogopslag een totaalbeeld krijgen van de zeventiende eeuw. Ook worden de relaties tussen de objecten zichtbaar gemaakt: welke overeenkomsten en verschillen zijn er qua vorm, patroon en kleurgebruik tussen het glas, zilver en keramiek? Tegelijkertijd wordt benadrukt dat de geselecteerde objecten een ‘gebruiksfunctie’ hebben: het servies, de meubels en het tafelzilver waren oorspronkelijk geen kunstvoorwerpen, maar gebruiksproducten.

Een andere opvallende stijlkamer is te zien in de collectiepresentatie 500 Jaar Made in Maastricht in Museum aan het Vrijthof. Achter een tafel die gedekt is met Maastrichts zilver, porselein en kristal wordt een film geprojecteerd waarin acteurs in kostuums aan diezelfde tafel zitten en in de vorm van een verhaal laten zien hoe de getoonde objecten gebruikt werden. Zo wordt een levendig tijdsbeeld neergezet.

Naast stijlkamers heb ik ook een aantal interessante Stijl-kamers gezien: zalen waarin werken van Mondriaan, Rietveld en andere kunstenaars die verbonden waren met De Stijl zijn samengebracht. Net als stijlkamers zijn deze Stijl-kamers vaak multidisciplinair: het Gemeentemuseum in Den Haag toont in de permanente tentoonstelling Mondriaan en de Stijl de stoelen van Rietveld in dezelfde zaal als de schilderijen van Bart van der Leck en het Rijksmuseum plaatst deze stoelen naast een vliegtuig van Frits Koolhoven. De objecten in deze Stijl-kamers zijn vaak vooral qua uiterlijke kenmerken met elkaar verbonden, terwijl in de traditionele stijlkamers de werken ook qua functie aan elkaar zijn gerelateerd: borden worden getoond op een tafel omdat beide deel uitmaken van het eetritueel.

Een uitzondering hierop was dit voorjaar te zien tijdens een tentoonstelling Rondom Rinsema over de Friese Stijl-vormgever Thijs Rinsema in Museum Belvédère. De door Rinsema ontworpen meubels (helaas geen originele werken, maar exacte kopieën) werden samen met schilderijen in Stijl-stijl getoond. Opvallend was dat deze stoelen, tafels en kasten niet op plateaus stonden, zoals het geval is in de presentaties in het Rijksmuseum en het Gemeentemuseum. Daardoor was er minder afstand tussen de werken en de bezoeker, waardoor ik echt het gevoel had mij in een kamer uit 1920 te begeven. Een bijkomend effect was dat de stoelen en meubels nu ook qua functie een relatie met elkaar aangingen: beiden behoorden in dit geval tot het interieur van een kamer. Stijl-kamer en stijlkamer vielen hier dus samen, waardoor een ijzersterk totaalbeeld van De Stijl ontstond. Wat mij betreft is dit dan ook een voorbeeld dat navolging verdient in andere vormgevingstentoonstellingen.
De presentaties in Keramiekmuseum Princessehof (Leeuwarden), Museum aan het Vrijthof (Maastricht), het Gemeentemuseum (Den Haag) en het Rijksmuseum (Amsterdam) zijn doorlopend te zien. De tentoonstelling in Museum Belvédère (Heerenveen) is helaas voorbij.
[manual_related_posts]